Tante kip of het orakelraadsel (deel 1)

…………………………………..”Ben je iets kwijt?” vroeg het hoofd.
“Ja,” antwoordde Sofietje: “Ik ben mevrouw Doelloos kwijt.”
“Ach, dat is zeker die dikke die voorbij kwam schuiven!” riep het hoofd.”Die stond ook al bijna op me”. Het klakte afkeurend met de tong.
“Weet u misschien waar ze naartoe liep?” vroeg Sofietje blij.

"Ben je iets kwijt?" vroeg het hoofd.

“Ben je iets kwijt?” vroeg het hoofd.

“Natuurlijk weet ik dat” zei het hoofd.
“Ze loopt als een gek te toeteren een stukje verderop in het bos”. “Maar ik hoor helemaal niets” zei Sofietje.
Het hoofd keek haar even aan alsof ze iets heel raars gezegd had.
“Natuurlijk hoor jij niets: de toeter is alleen voor mij.”
“Hinder hinder hinder, Uwe Compaan is ginder!”
Het hoofd keek haar triomfantelijk aan.
“Ik begrijp niet zo goed wat u net zei”, zei Sofietje.
“Tja…lastig…”antwoordde het hoofd.
“Ik ben een orakel, dus ik moet in raadselen spreken.
“Soms begrijp ik het zelf ook niet helemaal, maar deze is gemakkelijk, lijkt me:”
“Ga gewoon je neus achterna, dan vind je haar wel.”
Sofietje aarzelde: haar neus achterna leek wel heel gemakkelijk.
“Toe dan!!” riep het hoofd ongeduldig. “Als je nog langer wacht schiet ik wortel!”
“Huppekeeeeeeee! Hopfalderesie, en van je wegwezen maar….”
“Ksssssst!!!!” riep het hoofd. Het klapte de tanden op elkaar.
Sofietje draaide zich om en begon te lopen: gek genoeg leek het alsof ze ergens vanbinnen wist welke kant ze op moest.
“Hè hè…” hoorde ze achter zich het hoofd zeggen: “Ze loopt.”
“En wel terugkomen hè!” riep het.
”We zijn nog niet klaar!”
“Dat is goed mevrouw hoofd!” riep Sofietje terug.
“Tante Kip!” riep het hoofd haar achterna: “Ik heet tante Kip!”